Pleurobrachia Koude Loch Bloei
Ctenophores

Pleurobrachia Koude Loch Bloei

Op vijftien meter diepte in het donkere, turfgekleurde water van een Schotse zeearm in februari drijven een dozijn Pleurobrachia pileus in de waterkolom — bolvormige gelatineuze wezens van nauwelijks twee centimeter doorsnede, elk zo transparant als geslepen glas dat ze zich alleen verraden door een subtiele breking van het omringende groengrauwe licht, met slechts een zachte celerygroene gloed daar waar de darminhoud zichtbaar is door de vrijwel onzichtbare mesogleavand. De kamrijen — acht meridianen die elk bolletje omspannen als de breedtegraden van een minuscule planeet — pulsen in een trage, metachroniese golfbeweging van de trilhaarplaten, waarbij een vloeiende irisatie van gedempt roze naar amber en terug langs elke rij trekt, minder fel dan een zeepbel in wintersluier, maar levend en ritmisch als ademhaling. Achter elk individu strekken zich vrijwel onzichtbare tentakels van vijftien centimeter uit in de troebelheid, fijne gossamer-draden bezaaid met kleverige colloblastcellen die kleine prooidieren uit het zwevende plankton plukken. Verder in de haze lost het ene na het andere doorschijnende bolletje op in de gesuspendeerde diatomeenfragmenten, terwijl de donkere, leerachtige rand van een kelp­wier aan de onderkant van het beeld het enige vaste, stoffelijke ankerpunt biedt in een wereld die verder volledig bestaat uit koud water en bijna-niets.

Other languages