Huidmondje van Onderen
Plants — meristems & tissues

Huidmondje van Onderen

Vanuit de substomataire holte kijk je recht omhoog naar de opening van een huidmondje, als een bezoeker die vanuit een kathedraalkelder de sluitstenen van het gewelf aanschouwt. De twee sluitcellen welven zich boogvormig als niervormige poortwachters, opgezwollen door turgordruk tot strakke, glanzende bogen die een lichtende spleet van slechts zeven micrometer omlijsten — een opening die samen met zijn omgeving het ademhalingsritme van de hele plant bepaalt: koolstofdioxide naar binnen, waterdamp naar buiten, beheerst door de asymmetrie van de celwanden die open blijft staan als de chloroplasten fotosynthese aandrijven. Langs de verdikt binnenste wanden liggen twaalf chloroplasten per sluitcel opgesteld in een dichte rij, elk een saffiergroen lenslichaampje van vier tot zes micrometer, gevuld met gestapelde granastapels die het licht van boven absorberen en de cellen van binnenuit doen oplichten alsof ze hun eigen gloed bezitten. De cuticulaire richels overhangen de porieopening als wazig glas — dun genoeg om het licht te breken in een smalle vouw van goud en viooltjespaars — terwijl de omringende epidermiscellen er bleek en kleurloos naast aftekenen, slechts stille plavuizen rondom dit groene kathedraalraam. Dieper in de holte beneden opent de sponsachtige mesofyllabyrint zich in een duistere groene nevel, elk celoppervlak behangt met condenserende waterfilm die het licht verstrooiit tot een levende, vochtige glinstering.

Other languages