CDR-lus Koppeling
Macromolecules

CDR-lus Koppeling

De kijker bevindt zich op nog geen twee nanometer van een van de meest precieze moleculaire herkenningsprocessen in de biologie — het moment waarop een antilichaam zijn doelwit grijpt. De zes CDR-lussen van het Fab-fragment, elk chemisch uniek van samenstelling, vormen samen een gebogen amphitheater van moleculair reliëf: de amberkleurige H3-lus en de blauwgroene L3-lus strekken zich uit als reusachtige vingers rond een convex epitoop, hun oppervlakken gegraveerd met de volumes van individuele aminozuurzijketens — aromatische ringen als ondiepe schalen, aliphatische ketens als afgeronde richels. Tussen de twee naderende vlakken, over een contactzone van vijf bij zes nanometer, worden watermoleculen naar buiten gedreven als vonken uit een sluitende las, en waar zij verdwijnen ontstaan er cyaanblauwe waterstofbruggen die als lichtgevende draden flakkeren en consolideren — elk een kwantummechanische deling van elektrondichtheid die de bindingsenergie stukje bij beetje vergrendelt. Het oplosmiddel dat dit alles omringt is geen passieve vloeistof maar een thermisch woelend medium van saffierblauwe warmte, dat van alle kanten indringt en elk moleculair oppervlak met een diffuse, oceanische gloed omhult. Wat zich hier voltrekt is geen macroscopische beweging maar een langzame continentale botsing op Ångström-schaal, waarbij twee complementaire oppervlakken van elektrondichtheid elkaar vinden in een omarming die door evolutie over miljarden jaren is verfijnd.

Other languages