Blasteem-dageraad — Dag Vijf
Flatworms

Blasteem-dageraad — Dag Vijf

Op dag vijf na amputatie blik je neer op een levend landschap van vijf millimeter lang: rechts strekt zich het donkergrijsbruine achterlijf van *Schmidtea mediterranea* uit als een breed, zacht golvend plateau, waarvan het oppervlak onder het schuinse ambergele licht van de stereomicroscoop flikkert van guanine-afzettingen en rhabdiet-secreties die als parelmoer oplichten tussen de duizenden epidermiscellen. Links rijst de blastema op als een glazen koepel — een opaalachtig, bijna luminescerend halfrond van nieuw weefsel, gladder dan de omringende huid, dat het warme licht omzet in een koelblauwwit schijnsel, als zeeis boven donker water. Precies daar waar blastema en gepigmenteerd weefsel samenkomen, loopt een biologische oeverlijn: de grens tussen wat reeds tientallen celdifferentiaties oud is en wat de afgelopen honderdtwintig uur uit pluripotente neoblastenstamcellen is aangemaakt. Diep in dat witte vlak zijn twee minuscule zwarte stippen zichtbaar — de kiemende ogen, amper onderscheidbaar maar onmiskenbaar aanwezig — oogprimordiums die vanuit regenererend zenuwweefsel naar de oppervlakte groeien, terwijl het dier de volledige coördinaten van zijn eigen hoofd opnieuw uit niets opbouwt.

Other languages