Callosepluggen in pollenbuisje
Plants — meristems & tissues

Callosepluggen in pollenbuisje

In een fractie van een ademteug bevinden wij ons diep in de tunnel van een groeiende pollenbuis, slechts twaalf micrometer breed, terwijl de licht barnsteenkleurige cellulosewand ons van alle kanten omsluit zoals het interieur van een doorschijnende glazen capillair. Vóór ons rijst een reeks callosepfropfen op als bevroren porseleinwitte bulkhoofden, elk afgedicht met gecomprimeerde (1→3)-β-glucaanvezels die het cytoplasma in afzonderlijke compartimenten verdelen en zo de mechanische integriteit van de buis waarborgen terwijl de punt zich door het stijlweefsel boort. Tussen de dichtstbijzijnde twee schotten draagt een gecomprimeerde stroom organellen — amberkleurige lipidendruppels, gelig oplichtende mitochondriën, clusters van bleekgroene vesikels — twee spoelvormige spermatofyten van vijf micrometer mee naar voren, hun chromatine zo gecondenseerd dat ze als indigo-violette mineralen door de gouden cytoplasmabrij bewegen. Buiten de buiswand drukken de secretoire cellen van het transmissieweefsel van de stijl als een honingraatmozaïek tegen ons aan, hun polysaccharidesecretie diffuus gloeiend als dik barnsteenglas in namiддаgszon, en het geheel herinnert eraan dat dit microscopische corridorstelsel de enige route is waarlangs genetische informatie van stuifmeel de eicel kan bereiken.

Other languages