Binnenste Faryngeaal Slijmnet
Gelatinous plankton (salps, larvaceans)

Binnenste Faryngeaal Slijmnet

Je zweeft roerloos in het binnenste van een amberkleurige kathedraal — het slijmvliesfilter van een manteldiertje dat met elke polsslag van zijn gespierde romp oceaanwater door zijn lichaam pompt. In alle richtingen strekt zich een orthogonaal raster van gelfibers uit, elk opgebouwd uit mucopolysachariden die door de endostyl worden uitgescheiden en tot kaarsrechte draden worden gespannen: de maaswijdte bedraagt amper een micrometer, net genoeg om bacteriën en picocyanobacteriën te vangen maar te krap voor het langstromende water. Eén vezel-kruispunt vlakbij wordt gedomineerd door een donkerrode *Prochlorococcus*-cel, een bolvormig deeltje van nog geen driekwart micrometer dat hier de proporties heeft van een rotsblok, terwijl een stro-gele staafvormige bacterie langs een naburige streng ligt geplakt via zwakke oppervlaktekrachten. Het goudkleurige licht — gefilterd doorheen tientallen centimeters zeewater en het doorschijnende lichaam van het dier — lijkt uit het slijm zelf te stralen, waardoor elk vezelkruisje oplicht als gesmolten barnsteen en de achtergrond vervaagt in laag na laag warm ochergoud. Wat eruitziet als een kosmische architectuur van eindeloze herhaling is in werkelijkheid een wegwerpmechanisme: binnen uren rolt het dier dit volgeladen net op, verteert het samen met zijn gevangen prooi, en spint een vers filter.

Other languages