Je ziet een oneindige, diep indigo-blauwe vlakte van het Higgsveld, zo stil dat ze meer op een bezielde atmosfeer lijkt dan op een vloeistof, met slechts een bijna onmerkbare golfslag rond de vacuümverwachtingswaarde. Door die ondergrond trekken deeltjes hun spoor: zware topquarks slaan warme amberkleurige draaikolken in het veld, terwijl bijna massaloze elektronen nauwelijks meer achterlaten dan een flinterdunne rimpel. Boven je buigt de enorme violet-roze boog van de Mexican-hat-potentiaal omhoog als een koepel, die de ongebroken symmetrische fase verraadt die onbereikbaar hoog boven de bodem ligt. Alles in deze ruimte voelt tegelijk onbeweeglijk en dynamisch, alsof massa hier niet iets is wat een object bezit, maar een antwoord dat het veld fluisterend teruggeeft.